De ideale PA-installatie voor een coverband ?
Na in mijn jonge jeugd veel met muziek bezig geweest te zijn (in de muziekschool, in een balorkest en als solomuzikant), is het op muzikaal gebied een jaar of twee stil geweest in mijn leven. De muziekmicrobe begon echter weer te kriebelen in mijn jaren als kotstudent. Ik trommelde wat medestudenten en een oude medemuzikant op, en we doken het repetitielokaal in. Na enkele maanden repeteren hadden we de rock’n’roll-microbe stevig te pakken en was er geen houden meer aan. Een eerste optreden van onze gloednieuwe coverband werd georganiseerd. Dan kwam de onvermijdelijke vraag: hoe zorgen wij voor een zanginstallatie?
De techniek
Dit verhaal zal ongetwijfeld veel muzikanten bekend in de oren klinken. In de eerste maanden na het ontstaan van een covergroep ligt de klemtoon – hoe kan het ook anders – op de muziek zelf, zeker niet op de techniek. Elke muzikant heeft allicht wel zijn eigen gitaar plus versterker of keyboard of drumstel. Eventueel nog een set oude speakers en een versterker en een micro van op de zolder van onze pa en er kan ook gezongen worden. Voor een repetitie lukt dat natuurlijk uitstekend. Maar eens aan een echt optreden gedacht wordt, blijkt de techniek toch belangrijker te worden. Die oude speakers van 50 Watt van op de repetitie gaan bij het eerste echt optreden natuurlijk spontaan door de knieën.
Dus het wordt tijd om over de techniek na te denken. Want er blijft steeds het feit dat – hoe goed de groep ook speelt en zingt – het uiteindelijk geluid dat het publiek in de café of in de zaal te horen krijgt, niet enkel afhankelijk is van hoe goed de muzikanten hun best beentje voorzetten, maar ook van de techniek om deze sound naar het publiek toe te brengen.
Een simpele micro aangesloten op de gewone boxen van 100 Watt van de radio in uw stamcafé, die meestal enkel gebruikt wordt om de tooghangers om 3 uur ’s morgens op een lokale kermis één voor één te laten meebrullen op “Heb je even voor mij” van Frans Bauer, zal nu eenmaal niet het zelfde effect hebben als een professionele wel doordachte geluidsinstallatie. Ik durf zelfs meer te stellen: hoe groter de optredens worden, hoe meer de techniek (dus de geluidsinstallatie en de bediening ervan) bepalend zal worden voor het feit of een optreden door het publiek als goed of matig of slecht zal bestempeld worden.
De geluidsinstallatie
Dus de keuze van een geluidsinstallatie is belangrijk. Maar ze moet ook aangepast zijn aan de locatie van het optreden. Want een optreden in een buurtcafeetje voor 40 man, is natuurlijk iets gans anders dan een optreden in open lucht voor 300 man, waar het geluid tot aan de achterste rij van het publiek goed moet zijn.
Kopen of huren
Eerst en vooral moet een beginnende band zich afvragen of de bandleden samen zelf een PA-installatie gaan kopen, of dat de geluidsinstallatie bij elk optreden zal gehuurd worden. Daar komen dan verschillende factoren bij kijken. Zullen de optredens betalend zijn? Hoe veel kan de uitkoopsom bedragen? Is er budget om een PA-installatie eenmalig te kopen of bij elk optreden te huren? Of zullen wij vooral festivals spelen waar de organisator sowieso zelf voor de PA zorgt? Indien wij als groep een PA kopen, wat gebeurt er dan met de installatie als de groep split? Deze en nog veel andere factoren moeten bij de keuze kopen of huren in rekening gebracht worden. Er kan geen algemene regel gesteld worden. Alles is ook afhankelijk van groep tot groep.
Zelf ben ik zanger en leadgitarist van coverband Plugged (www.plugged.be). Met Plugged hebben we beslist – nadat we reeds 6 jaar bezig waren met een kleine zanginstallatie – een nieuwe en grotere PA-installatie te kopen. Of beter: ik zelf heb die installatie volledig zelf bekostigd. Waarom? Omdat ik zelf ook andere muzikale bezigheden heb waarvoor ik de PA kan gebruiken. Ook omdat ik weet dat als Plugged zou “splitten”, ik de PA zeker zou houden en kunnen blijven gebruiken. Het volstond in ons geval van een regeling te treffen met de andere groepsleden dat bij elk optreden een fractie van onze uitkoopsom naar mij gaat, als “huur” voor de installatie. Dit komt de groep sowieso ten goede omdat een vergelijkbare installatie bij elk groot optreden huren van een professionele geluidsfirma, een veelvoud van dat bedrag zou kosten.
Maar wat ook niet uit het oog mag verloren worden is wat ik noem de “techniekmicrobe”. De meeste muzikanten van coverbands kunnen allicht getuigen dat zij gebeten zijn door de muziekmicrobe. Want wat bezielt iemand om na een fulltime job, nog elk weekend de ziel uit zijn/haar lijf te zingen of te spelen in slecht verluchte cafés, voor dikwijls mensen met een alcoholpercentage in het bloed om u tegen te zeggen? Ja, dat is een gedrevenheid die door het leven gaat onder de naam “muziekmicrobe”.
Maar er bestaat volgens mij ook zoiets als een “techniekmicrobe”. Dit kan bestempeld worden als een extreme interesse voor alles wat met geluidstechniek te maken heeft. De symptomen van iemand als ik die aan deze aandoening lijdt, uiten zich als volgt: ondanks het feit dat ik 20 jaar gitaar speel (en ja, nog steeds met hart en ziel), zal ik in een muziekwinkel heel snel door de gitaarafdeling wandelen, maar de PA-afdeling verdient toch wel een langere inspectie. Of nog: als ik naar een live optreden ga, zal ik niet enkel kijken naar de band, maar ik zal zeker ook eens het mengpaneel en andere geluidsapparatuur bekijken.
Waar wil ik met deze zijsprong naar toe? Als een band een eigen PA koopt, dan is het toch best dat iemand van de band echt gepassioneerd is door geluidstechniek, net zoals de muzikanten gepassioneerd bezig zijn met muziek. Als niemand echte interesse heeft voor dit vakdomein, dan kan de band misschien beter beroep doen op professionele geluidsfirma’s. Zelf kon ik onlangs een tweedehands multikabel kopen die slechts een handvol keer gebruikt geweest is. De vorige eigenaar van de multikabel heeft een paar keer een band gemixt en heeft daarna geconstateerd dat het mixen van een live band toch niet zijn ding was en daarom al zijn materiaal (onder andere deze multikabel) verkocht. Waarschijnlijk was de passie niet aanwezig.
Een live band mixen is natuurlijk niet gemakkelijk, maar je kan het wel leren. Alleen al het maken van een goede keuze voor de aankoop van een PA vergt toch al een bepaalde kennis, om nog maar te zwijgen over de bediening ervan. Want iemand die echte interesse heeft voor het domein van geluidstechniek, zal door de jaren heen toch een bepaalde dosis kennis verzamelen. Alleen al door te spreken met mensen uit hetzelfde domein en durven vragen stellen, leert men bij. En men leert natuurlijk vooral door het te doen, dikwijls met vallen en opstaan.
Zanginstallatie of PA?
Als de coverband toch beslist om zelf een geluidsinstallatie te kopen, hoe moet men dan zijn keuze maken? Eerst en vooral, de term geluidsinstallatie is natuurlijk heel breed. Men kan grofweg eerst en vooral een onderscheid maken tussen een zanginstallatie en een volledige PA-installatie. Als men voornamelijk in kleine cafés zal optreden, dan kan het misschien voldoende zijn om enkel de zang door de boxen te sturen. Zelf hebben wij met Plugged reeds vele optredens in cafés zo met succes afgerond. Onze gitaarversterkers van Fender zijn lampenversterkers die meer dan voldoende power in zich hebben om in een café te spelen zonder dat die door de PA gestuurd worden. Idem voor de basversterker. Een goed drummer kan dikwijls ook zonder al te veel versterking spelen.
Dus in dat geval volstaan een mengpaneel (met eventueel “on board” effecten voor de zang), een versterker en boxen. Een equalizer is een optie. In het geval van Plugged speelden wij toen trouwens met speakers met ingebouwde versterker. Dit had als voordeel dat het opstellen van de zanginstallatie super eenvoudig was. Boxen opstellen, mengpaneel aansluiten en zingen! De boxen waren 300 Watt, en dat was voldoende.
Voor grotere optredens zal een dergelijke configuratie dikwijls te kort schieten. Wat niet steeds moet betekenen dat een groot optreden met die configuratie per se slecht is, maar het zal dikwijls beter kunnen als het gaat over geluidskwaliteit. Met een dergelijke zanginstallatie kan bijvoorbeeld het probleem zich voordoen dat het geluid niet voldoende doordringt naar de achterste rij van het publiek, en dat de mix die iemand hoort die in het publiek staat, heel sterk afhankelijk wordt van de plaats waar hij staat ten opzichte van de boxen van de zanginstallatie en ten opzichte van de verschillende muzikanten. Daarom zal men voor grotere optredens vaak ervoor opteren om alles via het mengpaneel door te boxen te sturen. Dus niet enkel zang, maar ook de gitaren, de bas en de drums. Dan rijzen twee vragen. Ten eerste: gaan onze boxen van 300 Watt dit aankunnen in een tent voor 200 man bijvoorbeeld? Waarschijnlijk niet. Ten tweede: wie gaat de mixing doen?
Zelf hebben we in de beginjaren aan de lijve kunnen ondervinden dat voor een optreden van 200 man in een tent, alles sturen door onze boxen van 300 Watt geen goede keuze is. Deze boxen zijn nu eenmaal te licht om én zang, én bas, én een stevige drum, én gitaren naar het publiek te sturen. Misschien hadden we toen nog beter die boxen enkel als zanginstallatie gebruikt.
Momenteel bestaat de PA van coverband Plugged uit 2 x 1600 Watt, het is een HK Audio Deacon systeem. Het is weerom een actief systeem (dus versterker ingebouwd in de boxen) omdat dat voor ons het handigste is: inpluggen en spelen (vandaar ook onze groepsnaam trouwens)! Elke kant bestaat uit een topkast van 600 Watt en twee baskasten van 500 Watt.
Met deze “torens” kunnen we toch zonder blozen zeggen dat we professionele muziekkwaliteit kunnen leveren voor fuiven van bijvoorbeeld 300 man. Ik bedoel dan wel een echte fuif waar de muziekmix ook achteraan goed (én stevig) moet klinken, niet een feest waar de aanwezige muziekliefhebbers in de zaal of tent vooraan aan het podium komen zitten, en oudere mensen achteraan nog rustig een babbeltje kunnen slaan (omdat de muziek vooraan “toch zo luid is” – ’t is trouwens verrassend dat voor mijn bomma van negentig die niet zo goed meer hoort, elk muziekniveau reeds te luid is – enfin ik moet eigenlijk respect hebben voor oude mensen, want ik hoop dat ik zelf die gezegende leeftijd mag bereiken, maar dit terzijde).
Een bijkomend voordeel van dit HK Audio systeem is dat het modulair is. We kunnen dus ook enkel de topkasten gebruiken. Dit doen we nog steeds als we optreden in klein een café, dan dienen de topkasten enkel als zanginstallatie. Willen we toch ook wat lage tonen doorsturen (bijvoorbeeld voor de basdrum) dan kunnen we ook slechts 2 in plaats van 4 baskasten meenemen. O ja, en nog een extra voordeel van dit soort van actieve PA-systemen, is dat je eigenlijk niets hoeft te kennen van speakers en versterkers en ohms en cross-overs en dat soort termen. Alles zit in het systeem ingebouwd en het geheel is “ready to go”.
Eens de keuze van speakers gemaakt, moeten natuurlijk ook nog andere keuzes gemaakt worden zoals mengpaneel, monitors, effectenapparatuur, equalizers en meer. In een ander artikel zal ik daar meer over schrijven. Doch dan nog blijft de vraag, wie gaat dit allemaal bedienen? Want hoe groter het optreden, hoe groter de installatie, en hoe meer know how er vereist is om dit allemaal op een correcte manier te bedienen. Iemand van de band zou dit natuurlijk vanop het podium kunnen doen, maar muziek spelen en telzelfdertijd mixen is niet eenvoudig en zeker niet aan te raden.
Beter is natuurlijk dat het geluid vanuit de zaal geregeld wordt, want vanop het podium hoort men niet hoe het in het publiek klinkt. Dat betekent natuurlijk dat het mengpaneel moet verhuizen van het podium naar ergens centraal in de zaal, en dat men dus ook een multikabel en stagebox nodig heeft om de geluidssignalen van de verschillende kanalen tot bij het mengpaneel in de zaal te krijgen. In de praktijk is er dan (minstens) één geluidsman nodig om dit tijdens het optreden van de coverband allemaal te bedienen. Wat de geluidsman doet is heel belangrijk voor het imago van de band die aan het optreden is, want voor grote optredens bepaalt hij in grote mate hoe de band klinkt.
De taak van de geluidsman wordt echter nog te vaak onderschat. Een live band mixen is meer dan wat met schuivertjes spelen om het volume van de verschillende kanalen in de juiste verhouding houden. Het is meer dan dat, veel meer dan dat. Bedenk dat men aan het conservatorium een voltijdse studierichting “producer” kan volgen. Deze opleiding duurt vijf jaar. Zelf hebben we met coverband Plugged het geluk dat wij voor sommige optredens beroep kunnen doen op een dergelijke “professionele” geluidsman. Je hoort het verschil.
Zelf heb ik dus ook een grote interesse voor het werk dat de geluidsman doet. En soms wou ik dat ik een gans optreden naast hem kon staan om “af te kijken” wat hij allemaal doet. Maar vooralsnog is mijn plaats op het podium als gitarist en zanger. Misschien schaf ik mij binnenkort wel eens een draadloos systeem aan voor mijn elektrische gitaar, dan kan ik tijdens het optreden eens van het podium springen en tot bij onze geluidsman gaan. Dan hoor ik direct ook of hij eigenlijk zijn werk wel goed doet, en of hij zijn geld wel waard is! Grapje, dat weet ik wel zeker …
Met dank aan : http://www.plugged.be